persoon

Kwaliteit van leven

Waar zijn we met zijn allen mee bezig? Wat is onze visie op de toekomst van de mens?
Hoe zit het leven er over 20 jaar uit?  Iedereen doet maar wat, heb ik soms het idee.

Het vervoer gaat veranderen, de Minister stelt nieuwe wetgeving voor op middellange termijn: elektrische (zelfsturende?) auto’s lijkt straks op het openbaar vervoer,  er komen bemande vliegtuigjes etc. Hoe het zal zijn weten we niet, maar er wordt al hard aan gewerkt. Straks betalen we contactloos (!) alleen nog maar digitaal. Het maakt ons sterk afhankelijk van internet en elektriciteit en van onze banken.

Idem in de gezondheidszorg. De digitalisering schrijdt voor. Ik kan via de app al mijn huisarts bereiken om een afspraak te maken. We willen ziektes uitbannen en zo lang mogelijk leven. Misschien kan de mens straks wel heel oud worden, verjongd en wel. Dan wordt de dood iets waar we echt over moeten gaan beslissen. Wanneer  stappen we uit het leven en hoe? Op dit moment is ‘voltooid leven’ nog niet geregeld. Hoe doen we dat dan? De maakbaarheid ten top. Leven zolang als je zelf wil.

Maar hoe geven we dat leven dan invulling, zin? Willen we robots thuis waar we tegen kunnen praten en die dan onze boodschappen aan de deur kunnen laten bezorgen? Ligt verveling op een gegeven moment niet op de loer?
Wat is niet heerlijker dan zelf een boodschapje te halen. We worden veel te dik als we ons huis niet meer uit hoeven voor de meest basale dingen.  Dan maar de hele dag de sportschool in? Vraag eens aan mensen in het verpleeghuis of die niet graag zelf naar buiten zouden willen om naar de winkel te lopen. En hoe sterk de behoefte kan zijn aan een praatje, een luisterend oor.

kwaliteit_van_leven

Ik weet het, ik gooi zo wat dingen op een hoop. En ik snap heus wel dat tobben met de was voor een groot gezin en geen koelkast hebben, zodat je per dag je melk moest halen iets is, wat achter ons ligt. Maar als we enerzijds zo hameren op eigen regie, waarom willen we dan alle diensten uit handen geven?  Autonomie is niet alleen zelf beslissen, maar ook zelf doen.
Onze kwaliteit van leven bestaat niet simpelweg uit luxe en nietsdoen. Zo dolce is far niente niet, als er geen arbeid en soms eens wat ‘moeten’ tegenover staat. Moeite doen levert vaak voldoening op.

Je gaan zitten vervelen in een emotieloze volautomatische wereld lijkt me geen kwaliteit van leven. Een boek lees ik, omdat het me verrijkt. Maar dat vult mijn dag niet. Kwaliteit van leven is ook iets nastreven en dat bereiken. Kwaliteit van leven bestaat ook bij de gratie van even niet en van waarderen wat er is. Er moet nog wat te ontdekken over blijven. Kwaliteit van leven vergt ook een bepaalde mate aan sociale interactie met andere mensen.

Wat is voor mij voor kwaliteit van leven? Gezien worden door een ander, lekker eten, lezen, buiten wandelen en mij energiek voelen, goed contact met familie en vrienden en natuur, nieuwe avonturen beleven. Een boterham met tevredenheid!

Wat is voor u kwaliteit van leven?

10 mei 2017

 

teva

Compassie met vluchtelingen

Tijdens het trainen voor de tocht van 40 km door de nacht van de afgelopen dagen (op de cfc_logo_mgHermannsweg in Duitsland) heb ik nagedacht over compassie in relatie tot de Nacht van de Vluchteling.

 

Op Facebook reageerde iemand naar aanleiding van een oproep om je goed voor te bereiden: vluchtelingen trainen toch ook niet?

Die opmerking trof me. Want als je vluchten moet, doe je dit uit noodzaak en vaak niet al te goed voorbereid.

Maar meer nog merkte ik, dat ik  niet werkelijk mij kan indenken en inleven in wat vluchten is en door  het meedoen aan de NvdV zal dit ook niet toenemen.

Vluchten is letterlijk lopen van Nergenshuizen naar niets, ins Blaue hinein. Mogelijk met een doel voor ogen, maar niet in etappes van A naar B met onderweg leuke horeca en weten waar je bedje en breakfast zullen zijn. Het kan niet anders dat vluchten ontwortelend is en heel veel doorzettingsvermogen vraagt. Niet alleen fysiek, maar zeker ook mentaal, emotioneel / sociaal en existentieel.

Hoewel ik op sommige punten wel enkele raakvlakken kan vinden met mijn eigen ervaringen, komt de optelsom daarvan niet in de buurt  van de totaliteit van wat vluchten moet zijn.

Een manier om compassie te tonen lijkt mij dan ook zoveel mogelijk te werken aan oplossingen, zodat mensen zich niet genoodzaakt zien te vluchten. Een utopie zoals de wereld er nu bij ligt.  Alle andere steun is natuurlijk ook nodig en goed, maar genezen lijkt me haast niet mogelijk.
De Nacht van de Vluchteling is een zinvolle manier om aandacht te vragen voor het lot van vluchtelingen en om geld voor te werven voor ondersteuning in materiële zin.

Het is een actie voor een goed doel. Ik doe er graag aan mee.loopmeeshare2a

3 mei 2017

 

Koud of warm

kaft ijsAls je bij een werkgever vertrekt, heet dat meestal  met een  wat zwaarder woord afscheid nemen. Je zegt een baan gedag, maar natuurlijk ook de mensen die er werken.  Onlangs verliet ik een organisatie waar ik tijdelijk had gewerkt. Het team van directe collega’s had lief een cadeautje voor mij gekocht. Het boek De ijsmakers. Nu was de herfst in aantocht, dus ik zou het antipathisch (zomerversnapering in koud seizoen) lezen, al vond ik het toch meteen sympathiek!

Ik las het boek met veel plezier. Het gaat over generaties van ijsmakers, met name Italianen, die in Nederland ijssalons openden. Lange zomers ijs draaien, in de winter naar het echte dolce vita. Kinderen daarom vaak bij familie of op kostschool.  Een vak dat van generatie op generatie overgaat. Voor de oudste lag de toekomst dus meestal al vast.  Andere keuzes maken of studeren is niet aan de orde. IJs draaien, smaken verzinnen, achter de counter liefst een lief meisje dat ook je echtgenote is en kan bedienen. In het boek maakt de hoofdpersoon een andere keus. Hij kiest voor een andere toekomst.

Ik heb het boek al bijna uit en dan ineens herinner ik mij, of beter verbind ik, dit boek met een voorval in mijn eigen leven. Ik heb namelijk toen ik aan het einde van de middelbare school was twee zomers en de zondagen daartussen in een Italiaanse ijszaak gewerkt.  De eigenaar heette Belfi, een naam die in het boek ook een keer wordt genoemd. De vestiging waar het om gaan bestaat niet meer.

Ik schepte bolletjes op hoorntjes. Vaak gewoon aardbei-vanille, banaan-pistache -hazelnoot was ook een combinatie die in de smaak viel.  Slagroom erop? Ondertussen snel hoofdrekenen om de diverse varianten (ouders met kleine kinderen) bij elkaar op te tellen in prijs. Ik kreeg pijn in mijn rug. En al hanteerde ik niet de spatola, ik had wel een groef in mijn hand van de ijsbolletjestang. En als de tent dan eindelijk sloot, op een mooie warme zomeravond liep het uit, dan moest ik nog helpen schoonmaken. Nu ja, helpen. Ik had daarin een eigen grote taak.

En toen was het weer zomervakantie. Ik zou gaan studeren. Introductieweek. Mijn moeder jarig hoogzomer. Of ik een weekje eerder kon stoppen?  Ik vroeg het beleefd. Was nooit ziek geweest, had altijd keurig gewerkt volgens de afspraken. Dit verzoek viel verkeerd. De baas gaf als antwoord dat ik meteen kon vertrekken. Ik hoefde die laatste paar dagen ook niet meer te komen. Ik kon meteen gaan. Ik was beduusd. Ik kon het niet plaatsen. Zo aardig was de man niet, maar dit had ik niet verwacht. Zijn vrouw regelde de roosters ook altijd. Ik heb die avond nog  de laatste uren uitgewerkt, heb niet stante pede het pand verlaten. Wilde nog gedag zeggen tegen mijn collega, een aardige vrouw waarmee ik het goed vinden kon.  Heb vast ook nog schoongemaakt.

Ik kwam die avond van een koude kermis thuis. En nu ik het boek gelezen heb van Ernest van der Kwast, realiseer ik me dat er misschien sprake zou kunnen zijn geweest van jaloezie. Dat ik mijn eigen weg kon gaan en koos. Dat ik kon kiezen om te gaan studeren, die ijszaak te verlaten. Voor mij een bijbaantje, voor deze baas zijn leven, wie weet met welke opofferingen van persoonlijke aard, als jongetje, als volwassene.

Zo betekenisvol kan een aardig gebaar bij een afscheid zijn.

26 oktober 2016

Onderweg naar morgen

Van de weeksarah_abraham_standaard_half-1-940x652 reed ik op de fiets langs een woning en zag daar een halve Abraham. Ik moest even tot me door laten dringen dat hier een jongeman 25 jaar was geworden. Een vrolijke verjaardag werd daar gevierd, in dat huis met die opblaaspop voor de deur. Een mijlpaal, 25 jaar!

Ik reed door en mijn gedachten stonden niet stil.  Een mijlpaal, dat is een jubileum: 5 x 5 is 25, dus een jubileumjaar in het kwadraat.

De speciale verjaardag voor een kind was altijd 21, nu 18:  het moment van meerderjarig worden en dus stemrecht krijgen,  tegenwoordig ook het moment dat je alcohol mag kopen en zelfstandig je rijbewijs kan aanvragen. Godsdienstig zijn er diverse overgangsmomenten (Eerste Heilige Communie, het Vormsel, Bar Mitswa), ongeveer gerelateerd aan de leeftijd, maar niet exact aan de verjaardag. Kerk en Staat hebben zo hun eigen inzichten.

Maar is een halve mijlpaal ook een mijlpaal? Ik dacht er al fietsend over door. En wat betekent eigenlijk dat hele, dat vijftig worden en Abraham zien (zie voor oorsprong van dit gezegde de link hieronder)? Ben je er nu juist wel of nog niet? Hoe kan ik een mijlpaal vieren als dit moment eigenlijk vooruitwijst naar een ander moment, ver in de toekomst? De relatie met de oorspronkelijk betekenis rond Abraham is wel helemaal ver te zoeken, want het ging juist om het behalen van die (toen nog hoge) leeftijd. Eigenlijk zou je met de levensverwachting van hier en nu de 50 eerder als halve Abraham moeten zien, op weg naar de 100! Een eeuw, dat is pas een mijlpaal!

In een recent artikel in NRC over ontgroening (zie link hieronder), staat dat we tegenwoordig vooral het afscheid als emotioneel moment ritueel willen ondergaan.  Is daarvan bij 25 sprake? Neem je dan afscheid van je jeugd? Sommigen gaan tegen die tijd pas het huis uit, dat is waar. Het “irrationele van de mens vraagt om vormgeving” staat ook in bedoeld artikel. Het getuigt niet echt van begrip. Sommige rituelen verwijzen naar oude gebruiken uit andere tijden, die inderdaad een manier waren om onheil te bezweren of gunsten van goden af te smeken (offers). Maar overgangsrituelen zijn, in mijn ogen, eerder een heel zinnige, wijze, manier van omgaan met overgangssituaties in het leven. Door stil te staan bij bijzondere momenten (van jezelf of bij een ander) maak je ze bewust, doorleefd en kun je verder. Het gaat om ‘drempel’-ervaringen: er is een ‘ervoor’ en ‘erna’. Je wordt een ander mens (bespannen met andere snaren, zoals Vasalis dit uitdrukte). Een bachelor party markeert net als een ontgroening een afscheid, maar viert tegelijk ook een intrede in een nieuwe periode in het leven. Carnaval lijkt mij eveneens een treffend voorbeeld (storm voor de stilte, gek doen voor het niet meer mag). You win some, you loose some.  In deze tijd zoeken mensen vaak een eigen (niet perse religieuze) taal en vorm voor een ritueel, maar die essentie blijft.

Ontgroening in het studentenleven? Het gaat deels ook om het smeden van een hechte band, erbij horen in de groep. Moet je lekker zelf weten, mits eigen keus en er niemand -fysiek of psychisch beschadigd- slachtoffer wordt. Zo heeft elke club zijn eigen manier om iemand welkom te heten (denk aan de promovendus).

Maar een halve Abraham? Doe mij dan maar 25 kaarsjes of 25 rode rozen! Maar ja, ik ben al 47… over ruim 2 jaar dus een hele Sara voor de deur! Of realistisch en eigentijds dan toch maar een halve?

 

4 oktober 2016

https://onzetaal.nl/taaladvies/abraham-sara-gezien-hebben (oorsprong betekenis)

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/02/ontgroenen-steeds-minder-van-deze-tijd-4563923-a1524442 (artikel over rituelen)

th-NLnl9710_1

Save our souls

Er moet wat uit. Het hoge woord.
In de krant las ik deze week dat vooral in Brussel de toeristen wegblijven vanwege de recente aanslagen. Zowel ondernemers als toeristen uit risicovolle oorden verder weg, gaven aan dat als het al niet went, het hopelijk wel wennen zal.

Deze uitspraken bleken een paar dagen later bij mij te zijn blijven hangen.
Wennen aan geweld. Dat het zomaar kan toeslaan? Dat het elders in de wereld ook went, dus waarom bij ons dan niet.

Ik snap het commerciële belang van de toeristensector, de nood van de zaak en daarom hoop en moed te willen houden,
Maar wennen? Wennen aan ongerichte wreedheden? Ongeacht vanuit welke bron, wennen? Aan onnodige risico’s, aan angst, aan  de kans op leed dat mensen elkaar aan doen?
Ik denk niet dat ze bij een organisatie als Amnesty International, het Rode Kruis of Artsen zonder grenzen deze insteek hebben.

En mensenrechten zijn ook niet geschreven met het oog op wennen aan leed, aan angst.

Natuurrampen kunnen ons treffen, maar zelfs die proberen we te voorkomen als het even kan.

Of ons gevoel van onveiligheid terecht zo groot is, wil ik in het midden laten.

Maar wennen?

Ik wil niet afgestompt raken. En ik hoop dat we als kwetsbare mensen betrokken blijven op het goede, al doen we maar een kleine poging.

18 augustus 2016

 

M. Vasalis

Als daar muziek voor is, wil ik die horen:
ik wil muziek voor oude mensen, die nog krachtig zijn,
en omgeploegd met lange, diepe voren
en ongelovig. Die de wellust en de pijn
nog kennen. Die bezaten en verloren.
En àls er wijsheid is, die geen vermoeidheid is,
en helderheid, die geen versterving is
wil ik die zien, wil ik die horen.

En anders wil ik zot en troebel zijn.

loesje

viber image

Vergankelijkheid

Onlangs ben ik verhuisd. Het is de kunst om spullen die je niet meer nodig hebt, waarvan je weet dat je ze echt al een tijdje niet meer hebt gebruikt, weg te doen. Via marktplaats, naar een kringloopwinkel of gewoon in de prullenbak. Huppakee, weg ermee. Spullen zijn ‘maar’ materie, maar natuurlijk niet altijd betekenisloos. Een voorwerp kan een drager zijn van herinneringen, symbool staan voor bijvoorbeeld een periode of een liefde. Het voorwerp is dan drager van een herinnering. De emotionele waarde is groot.

En zo zit ik dan met een voorwerp in mijn maag. Een prachtig fototoestel van het merk Minolta. Mijn vader fotografeerde graag en maakte dan vooral dia’s. Ik vond dit machtig interessant. Toen ik 18 werd vond ik het tijd voor een volwassen aanschaf.  Ik zie het nog voor me.  We gingen samen, vader en dochter, de stad in. Op de hoek tegenover het Dinghuis, was een fotozaak en daar hadden ze mooie toestellen. Ik koos voor een tweedehands ‘body’, om het financieel nog een beetje binnen de perken te houden, maar viel voor een eerstehands lens, een zogeheten 1.2 lens, die een prachtige lichtinval gaf. Het neusje van de zalm, dat zag ik wel aan het gezicht van mijn vader die deze lens ook wel had willen hebben. Ik telde er 1000 gulden voor neer.  Ik vond het een grote, maar zinvolle investering: ik zou hier mijn hele leven mee kunnen doen! In de jaren erna was het grote ding vaak een zorg op vakantie, nogal zwaar en door zijn kostbaarheid was ik er zuinig op. Stel je voor dat hij gestolen zou worden.

Intussen leeft mijn vader al meer dan een decennium niet meer. Ik heb ook al  jaren een handzame digitale camera, van een ander merk. De foto bij deze tekst is zelfs gemaakt met mijn mobiele telefoon. Maar ik kan het niet over mijn hart verkrijgen mijn in onbruik geraakte fototoestel weg te doen. Ik neem het me voor. Binnenkort zet ik hem te koop op internet. Ik neem het me stellig voor. Binnenkort.

Gloster

Gloster

Het boek Winter in Gloster Huis (Atlas Contact 2015) van Vonne van der Meer presenteert zich als een roman, maar leest als een statement.

Een statement, in verhaalvorm dus.

Misschien had ik niet eerst het interview met haar in de krant moeten lezen, maar ja, van het een komt toch het ander.

Oud is niet het einde van alles kopt NRC in Weekend Leven van 28/29 november (zie http://www.nrc.nl/handelsblad/2015/11/28/oud-is-niet-het-einde-van-alles-1561014). Het is altijd oppassen met koppen, dekken ze wel de lading? Vooropgesteld zij dat het hier niet zozeer gaat om de discussie over euthanasie, maar om het onderwerp wat we ‘voltooid leven’ noemen. Dit onderwerp is zeer actueel en de publicatie van dit boek is hoe dan ook goed getimed!

Het boek draait, meer dan in het toneelstuk King Lear, om de persoon van Gloster, die van een rots wil springen, maar door zijn zoon wordt misleid en daardoor toch niet dodelijk ten val komt.

De auteur Van der Meer wil laten zien dat “er ook een andere manier is om naar het ouderdom te kijken”. Een andere dan dat je aftakeling de pas af moet snijden, dat gebrekkig worden iets is dat je niet moet willen.

Van der Meer stelt: “Ons hele leven willen we allemaal heel bijzondere dingen meemaken, verre reizen maken naar het onbekende, en dan zou je eigen sterven of dat van je man, volkomen naar je hand willen zetten?”

Ze waarschuwt daarbij voor de maatschappelijke tendens om zorg te zien als kostenpost, waardoor ouderen zichzelf als overbodig of last gaan zien. Aangezien ouderen vaak ten prooi zijn aan een zekere vereenzaming kan dat leiden tot een mentale ‘dodelijke cocktail’. Van der Meer vindt dat het alle leven naar beneden haalt als een ouder iemand het opgeeft.

Een statement dus. In verhalende vorm. Een roman? Ach, als je het bovenstaande weet, is er niet veel meer te ontdekken over. Het verhaal van Noor is letterlijk onaf (onvoltooid!?).

Gloster werd gered door zijn zoon Edgar.

Mijn vraag is: wat doe je als je niet meer een zoon, in het verhaal symbool van echte liefde, of vergelijkbaar iemand in je leven hebt? Iemand die naar je omziet?
De parallel met de casus Heringa dringt zich op.Zoon Albert hielp zijn moeder juist sterven.
Zie daar het dilemma ten voeten uit.

8 december 2015

 

wordle5

Moraal? Doe gewoon ff normaal!

Onder het motto Moraal? Doe gewoon ff normaal! zal ik geregeld een blog schrijven op deze plaats over ethiek. Ethiek is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de kritische bezinning over het juiste handelen. Daar kun je ingewikkeld over doen, maar eigenlijk zijn we er allemaal dagelijks mee bezig. Het is heel praktisch, maar toch niet altijd eenvoudig.


1 december 2015

Multimorele mens

Een greep uit krantenkoppen van het afgelopen weekend…

Het moreel kompas van SNS Reaal (hoe integer was het bedrijf?) in NRC Handelsblad

Orgaandonatie minimale vorm van solidariteit  in Trouw.

Geef liever een hand dan een pil, ook in NRC.

En dan hebben we het nog niet over Parijs, een plaats die symbool staat voor -een top over- een oververhit klimaat op aarde, in letterlijke en figuurlijke zin.
Is er een morele  leegte in de samenleving? Eerder een ‘melting pot’ van morele vragen waarin we als mensen samen zoeken naar antwoorden, op kleine en grote vragen. Religie biedt geen eenduidig antwoord maar, maar daarmee is richtpunt nog niet weg…

Ons Noorden is en blijft het goede leven. Hoe we daar komen, hangt af van waar we vandaan komen en op welke terrein we ons bevinden. Hoe kleiner de kring, hoe eenvoudiger het meestal is om het eens te worden. Een beetje goede wil wordt dan wel verondersteld natuurlijk.

In een (samengesteld) gezin moet het gezellig zijn en houd je rekening met elkaar. Bij banken staat gezellig voor een goede werksfeer (geen uitbuiting) en rekeningen goed beheren, je klanten netjes behandelen (niet gaan woekeren). In de zorg gaat het om vragen naar goede zorg, voor gever en ontvanger. Laat de ander zijn waardigheid. Op globaal niveau proberen landen het gezellig te houden met elkaar, lees: de vrede te bewaren. Op elk terrein kan ook een ‘clash’ van culturen plaats  vinden, dan botsen waardesystemen met elkaar. Religieuze, culturele, politieke, bedrijfsmatige, persoonlijke…

De ene waarde is niet per se beter dan de andere. Een religieuze motivatie is niet per se hoogstaander dan een politieke of een seculiere. Kom er maar eens uit!

Het midden is niet leeg, het is juist pluriform. Mensen zijn multimoreel. Vind met elkaar maar eens consensus!